Kinderen worden steeds dikker. Onderzoek op onderzoek bevestigt wat we zien op straat, in bus en trein en in de klas. Vandaag lees ik dat vooral stadse kinderen dikker worden (TNO-rapport Kinderen in prioriteitswijken: lichamelijke (in)activiteit en overgewicht; online via www.tno.nl/kwaliteit_van_leven). De oorzaken zijn bekend: te weinig beweging en ongezond eten. Daar moet op school nodig iets aan gebeuren, zeggen tal van deskundigen en instanties. Initiatieven te over, zoals het kabinetsvoornemen om scholen te verplichten kinderen dagelijks te laten sporten (Trouw, 15 september 2005).
Het is ook hoofdmotief in de protesten tegen een ander kabinetsvoornemen: het plan om lichamelijke opvoeding te schrappen als verplicht vak in het voortgezet onderwijs. Een onzalig plan, volgens velen. Ook volgens schoolbestuurder Henk Pijlman: als het om een zo zwaarwegend maatschappelijk probleem gaat, moet de school door de overheid als preventie-instrument ingezet worden en mag de autonomie van schoolbesturen en andere betrokkenen ingeperkt worden (Dwing scholen tot gymles, Trouw, 8 september 2005).
Zo’n pleidooi van Pijlman is geen verrassing. Pijlman was pionier van de Brede School. Als onderwijswethouder van Groningen bedacht en begon hij de Vensterschool, voorloper van de Brede School, de school die onderwijs combineert met het voorkomen en verhelpen van maatschappelijke problemen (www.bredeschool.nl) door van alles te doen aan bijvoorbeeld opvang, veiligheid, welzijn, gezondheid, integratie, participatie, buurtwerk, maatschappelijk werk en cultureel werk.
De Brede School verbreidt zich snel. Vorig jaar meldden ministers Verhoeven van OC&W en Ross van VWS in hun Jaarbericht 2003: “Het gaat goed met de brede scholen in Nederland. In 2003 zijn er zo’n vijftig bijgekomen. En daar hoeft het niet bij te blijven, omdat een ruime meerderheid van de gemeenten aangeeft de toekomst van de brede school positief in te zien: een verdubbeling van het huidige aantal naar 1200 brede scholen in deze kabinetsperiode.” (on line via www.minocw.nl/bredeschool/). In het kader van de Operatie Jong trekt het Kabinet honderd miljoen euro uit voor extra stimulering van de Brede School (persbericht 12 september 2005, on line via www.operatiejong.nl).
Dit mag opmerkelijk heten, want juist onlangs waarschuwt een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau voor maatschappelijke overvraging van de school: Grenzen aan de maatschappelijke opdracht van de school (augustus 2005, on line via www.scp.nl/publicaties/boeken/9037702139.shtml). Uit het rapport blijkt dat het van de scholen wel wat minder mag en dat het voor de scholen onduidelijk is waar de grenzen liggen. Scholen raken de draad kwijt: “Scholen weten niet meer welke taken zij moeten vervullen,” aldus de NRC naar aanleiding van het rapport (4 augustus, 2005).
Ik kan me de afwerende houding wel voorstellen. De neiging maatschappelijke sores op het onderwijs af te wentelen maakt de school topzwaar van oneigenlijke taken. Onverdraagzaamheid, segregatie, criminaliteit, racisme, vervuiling, geweld, vandalisme, verslaving, schulden, geslachtsziekten, seksueel misbruik, kindermishandeling … Alles te lijf gegaan met projecten en pakketten, leskoffers en leskisten.
Ik kan me ook de taakverwarring wel voorstellen. Het overgrote deel van “de maatschappelijke opdracht” heeft de school te danken aan tekort schieten van ouders. Omdat het de ouders niet wordt toevertrouwd, krijgt de school de taak op haar bord. De dikker wordende kinderen zijn hiervan een duidelijk voorbeeld. Vanouds is het aan de ouders om hun kinderen aan een gezonde levenswijze te wennen en ze weerbaar te maken tegen dikmakende gemakzucht, markt en media. Maar ouders doen het niet, dus mag de school het doen.
De school wordt zodoende alsmaar vaderlijker en moederlijker. In nauwe samenhang met “de maatschappelijke opdracht” is er “de pedagogische opdracht”: normen en waarden bijbrengen. Vroeger een ouderlijke taak. En wat te denken van de zorg om hygiëne, gezondheid, gemoedsrust, zelfvertrouwen, emoties en relaties? Van het veterdiploma en het poetsdiploma via lesseries als Als er iets naars is gebeurd (S&O, Leiden, 2003) en Beter omgaan met jezelf (CPS, Amersfoort, 2003) tot de leskoffer Een doos vol gevoelens (CvEO, Leuven, 2001) en zelfs een lesprogramma Levensvaardigheden (gebaseerd op Rationeel Emotieve Therapie, GGD Rotterdam).
De school steeds vaderlijker en moederlijker … Geen wonder dat de verhouding tussen school en ouders problematischer wordt (vgl. bijv. Klaassen & Leeferink, Partners in opvoeding in het basisonderwijs, 1998). Zie daar, nog een taak erbij: het ontwikkelen en onderhouden van passende en werkbare relaties met ouders, de laatste jaren veel besproken in termen van communicatie, participatie en partnerschap.
Misschien wordt het eens tijd voor de slanke lijn: ontbreding van de school.