Mannen komen van Mars, vrouwen van Venus, schijnt. En
meesters en juffen? Komen die ook uit de lucht vallen? Nee, die komen van de
PABO. Althans, de juffen. Want
meesters komen er amper meer vandaan. Er gaan steeds minder jongens naar de PABO
en er staan steeds minder mannen voor de klas. De minister maakt zich zorgen,
opleiders maken zich zorgen, pedagogen maken zich zorgen, het onderwijs maakt
zich zorgen. (Zie bijvoorbeeld: Allemaal
juffen; de feminisering van het basisonderwijs zet door, NRC 21
augustus 2004)
Onlangs publiceerde het SCO-Kohnstamm Instituut de resultaten van een onderzoek naar de achtergronden. In opdracht van het Sectorbestuur Onderwijsarbeidsmarkt was uitgezocht hoe het kan dat PABO en Basisonderwijs nauwelijks nog jongens trekken. Belangrijkste oorzaken zijn blijkens het onderzoek dat je vrienden je niet voor vol aanzien wanneer je meester wilt worden en dat in zowel de opleiding en als het onderwijs het persoonlijke belangrijker is dan vakinhouden en het sociale belangrijker is dan kennisoverdracht. (Paboys gezocht!, oktober 2004)
Mannen “verwachten meer vakinhoud en vakdidactiek … en willen niet de hele dag praten over kinderen en bezig zijn met reflectie op hun eigen gedrag,” aldus het rapport (blz. 8). Wat het rapport consequent “reflectie” noemt, noemt de PABO-jongen “al dat gepraat”:
“Mannen houden … niet zo van al dat gepraat over zichzelf. Het is achteraf gezien wel belangrijk voor je persoonlijke ontwikkeling, maar op sommige momenten werd ik samen met een andere jongen stapelgek van al die gesprekken.” (blz. 14)
De bevindingen van het onderzoek verbazen me niks. De onderwijsvisitatie in 2003 had al geklaagd over gebrek aan “theoretische diepgang en intellectuele uitdaging” op de PABO’s. Studenten worden “enthousiast en open” dank zij de PABO en het vaardighedenonderwijs is divers genoeg (van knippen en plakken en blokfluiten tot kleuterspelletjes en orde houden), maar er mag wel wat meer aan rekenen, taal en zaakvakken gedaan worden en er mag wel wat strenger en doeltreffender kennis getoetst worden. (Moed tot meesterschap, 2003)
De PABO heeft geen ambachtelijke uitstraling. Niks voor jongens. En als een jongen zelf al denkt dat het misschien wel wat meevalt, is hij bang dat anderen hem een watje vinden. Niet geheel ten onrechte. Neem twee mannelijke PABO-studenten enkele jaren geleden geciteerd in Het Onderwijsblad:
“Tijdens mijn stage op de basisschool gingen we naar buiten om met de kleuters zakdoekje leggen en Roodkapje te spelen. Ik dacht: Als mijn vrienden me zo zien, lachen ze me vierkant uit.” … “Tijdens het bewegingsonderwijs moet je in een kring rondhuppelen. Als rechtgeaarde vent doe je dat niet, veel jongens vinden de pabo een opleiding voor mietjes.” (Een echte vent werkt niet met kleuters, Het Onderwijsblad, 11 maart 2000)
De schoolpraktijk is net zomin iets voor kerels als de PABO. Ook het beroep van onderwijzer heeft immers geen ambachtelijke uitstraling meer. De nieuwe Wet op de beroepen in het onderwijs zal de situatie alleen maar verergeren, is mijn inschatting. Voor het primair onderwijs is de vakinhoudelijke en didactische bekwaamheid één van de zeven bekwaamheden. En ze geldt niet eens als kernbekwaamheid. Vakkennis en didactiek staan op gelijke voet met zaken en taken als groepsdynamica, communicatie, klimaat, houding (bekwaamheid 1), ontwikkeling, veiligheid, respect, omgang (bekwaamheid 2), klassenmanagement, sfeer, orde, leef- en werkklimaat (bekwaamheid 4), collegialiteit, schoolorganisatie, leerlingvolgsysteem, bestuur (bekwaamheid 5), contact met ouders en instellingen (bekwaamheid 6), zelfreflectie, eigen ontwikkeling, eigen waarden en normen, intervisie en supervisie (bekwaamheid 7). (www.lerarenweb.nl/bekwaamheid/) Niks voor jongens.
Wat te doen? Jongens bekeren is onbegonnen werk. Kies exact hielp in de jaren negentig geen meisje af van “iets met mensen” of “iets met kinderen”; zo zou Kies soft geen PABO aan meer jongens helpen. De leeftijd waarop vervolgopleidingen gekozen worden na HAVO en VWO draagt hieraan sterk bij, vermoed ik. Het is een fase waarin cultuur en natuur (socialisatie en hormonen) op hun krachtigst samenspannen tegen elke poging seksespecifieke voorkeuren te doorbreken. Daar helpt geen lieve moeder aan. Noch strenge vader, nee.
De enige remedie is herstel van de viriliteit van opleiding en beroep.